De ontplooiing van elk kind wordt beïnvloed door tal van factoren buiten de school en het gezin. Enerzijds is er de wereldse kennis die kinderen oppikken via de media, boeken of door zaken als toegang tot internet, muziek of musea. Anderzijds speelt de beleving van positieve eureka-momenten of succeservaringen een cruciale rol in het menselijk groeiproces. De grootte van het motiverende netwerk en de toegang tot voorbeeldfiguren bepalen tenslotte dikwijls de reikwijdte van kinderen hun dromen.

Omdat het maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren vaak ontbreekt aan veel van dit alles, bestaat TADA. In schooljaar 2012-2013 werd dit privé-initiatief gelanceerd in Brussel om onder meer scholen, die werkzaam zijn in Brusselse ‘moeilijke’ wijken, een fameuze duw in de rug te geven. De onderwijsongelijkheid is er tot op heden helaas een realiteit.

 

1c-Bestaansredenen-2

Met haar aanpak voedt TADA interesse.  Door scholen en families uit  aandachtswijken een extra duw in de rug te geven, wil TADA (kans)armoede bestrijden en integratiebevorderend werken.

De mosterd voor TADA komt uit Nederland, waar IMC Weekendschool al sinds 1998 duizenden jongeren ondersteunt met haar aanpak die ondertussen internationaal is erkend.

Sofie Foets en Heleen Terwijn – respectievelijke stichtsters van TADA en IMC Weekendschool – ontmoetten elkaar in mei 2011 in het Europees Parlement, toen Heleen Terwijn als expert sprak op de conferentie “Best Practices in Europe as regards Informal Education for Disadvantaged Youth”. Sofie Foets was destijds in het Europees Parlement aan de slag als beleidsadviseur op diverse thema’s, onder meer onderwijs.